Zoals u kunt zien op onderstaande foto's beschikt onze school over een moderne computerklas. Lees hieronder meer over het gebruik van de computers binnen het lesgebeuren.

Werking in onze computerklas

 

 

De leerlingen van het 3e, 4e, 5e en 6e leerjaar brengen wekelijks een bezoekje aan onze computerklas.

 

 

De lln. van het 3e en 4e leerjaar werken o.a. met het boekje Computerstappertje. In dit werkboekje staan er 20 stappen. In elke stap leren ze iets over de computer. Elke stap bestaat uit opdrachtjes. De opdrachtjes en de stappen worden één voor één uitgevoerd, ieder op z’n eigen niveau en z’n eigen tempo.

Niveaurekenen behoort ook tot de opdrachten van L3 en L4 in de computerklas. Elk kind legt via het programma "Hoofdwerk" een traject af waarbij ze alle aspecten van het hoofdrekenen doorlopen. Ieder doet dit terug op z'n eigen niveau en eigen tempo.

 

In het 5e en het 6e leerjaar  wordt de computer gebruikt in het kader van:      1) hoekenwerk

                                                                                              2) differentiatie

                                                                                              3) zorg

1. Hoekenwerk:

 

Elke computer vormt een hoek. Aan elke computer is een verschillende opdracht gekoppeld die ze “zelfstandig” trachten uit te voeren.

De opdrachten zijn verdeeld in 5 categorieën:

 

-Taal:            spelling, begrijpend lezen, gericht luisteren, taalsystematiek

-Wiskunde:   meten en metend rekenen, getallen, hoofdrekenen

-W.O.:           de lln. lossen opdrachten op gekoppeld aan enkele van hun W.O.-thema’s

-Frans:          de lln. oefenen de geziene leerstof van de tekst die ze op dit moment zien in de klas

-Computer:   tekstverwerking en internet

 

 

Elke computer vormt een schakel van een ketting die de lln. doorlopen. Elke week schuiven de leerlingen één computer op via een doorschuifsysteem.

 

 

 

2. Differentiatie:

 

In de meeste softwareprogramma’s kun je kiezen uit verschillende niveaus. De leerlingen worden aangeraden te beginnen metgemiddeld”, indien dit te moeilijk is gaan ze naar “gemakkelijk”. Indien gemiddeld” te gemakkelijk is gaan ze naar moeilijk”. Ieder werkt dus op z’n eigen niveau en tempo en tracht op die manier telkens een stapje verder te komen.

 

3. Zorg:

 

Leerlingen die extra zorg nodig hebben tengevolge van bijvoorbeeld een slecht resultaat op het dictee van het leerlingvolgsysteem, krijgen vanuit het remediëringsplan o.a. typopdrachten wanneer ze aan de computer “Spelling” zitten.

De sterkere leerlingen krijgen op hun beurt dan weer de kans om in de computerklas via het niveau “moeilijk” moeilijkere oefeningen dan de oefeningen die ze in de klas krijgen te maken.

Op die manier kunnen we niet alleen zorg bieden aan bijvoorbeeld de zwakke spellers maar ook aan de rekenknobbels die hun honger naar meer, beter, moeilijker gestild zien door het rijke aanbod oefeningen waaruit ze kunnen kiezen.